You must say things like micturate, defaecate, intercourse
You can't say things like pissing, shitting and fuck
Although they're the same, although it is lame,
you've got to use the Latin name
Amateur Transplants - Dorsal Hord Concerto
Na al onze training in Medisch Communiceren is het onwaarschijnlijk dat - van alle dingen die wij (bijna) dokters fout kunnen doen - dit nu juist fout gaat.
Met in ons hoofd de Latijnse geheimtaal en alle afkortingen (die per specialisme ook nog verschillen) proberen we naar de patient toe alles zo duidelijk mogelijk uit te leggen.
Rustig, helder en empatisch.
Lief, begrijpend en soms een beetje streng.
De onaardige arts die slecht nieuws binnen een minuut naar de familie schreeuwt en weer verdwijnt, is van een andere generatie.
Wij zijn met vele uren 'praat-les' new and improved. Wij kunnen het wel.
Wij zijn duidelijk, we leggen alles goed uit en kunnen kort en bondig ons verhaal vertellen.
Maar soms begrijpen wij dokters elkaar verkeerd.
Mijn beste vriendin is al dokter. Op de eerste hulp kreeg zij een telefoontje van een collega-dokter. De collega wilde een patient insturen. De patient was een gezonde jongeman die pijn had en bloed verloor vanuit een plek waar dat niet hoort.
Ze vertelde zijn medische voorgeschiedenis (blanco) en iets meer over de klachten. Ze voegde er aan toe dat de man het afgelopen weekend voor het eerst had gevist.
Mijn vriendin nam dit voor kennisgeving aan. Ze vroeg verder naar tekenen van infectie en darmkanker in de familie. Opnieuw herhaalde de collega dat de patient dit weekend voor het eerst had gevist.
Het was erg druk op de eerste hulp. Er lagen minstens vier patienten met verdraaide enkels, acute pijn in de buik en zeer waarschijnlijk een gebroken pols. Vriendin werd een beetje geirriteerd. Ze zag de man voor zich, op het strand, langs de sloot of in een bootje - met een hengel, wachtend tot 'ze gaan bijten'.
'Ik begrijp niet hoe dat relevant is' snauwde ze in de telefoon.
De collega reageerde fel: 'dat lijkt me HEEL relevant, dat heeft hij nooit eerder gedaan.'
Vriendin was er klaar mee. Geheel volgens de regels van de communicatie-lessen vroeg ze om specificatie: 'Hoe kan het feit dat hij dit weekend voor het eerst is gaan vissen nu relevant zijn voor bloedverlies per anum?'
Even hoorde ze niets.
Toen heel hard gelach en 'ik denk dat wel elkaar niet goed begrijpen... Ik bedoel ge-fist. Je weet wel, met een vuist in...'
Oh. Oooooh. Okee.
Met een rood hoofd en onbedwingbaar gegiechel zei vriendin, zogenaamd heel cool: 'Oh ja, dat is wel relevant.'
Hoe kunnen duizend gesprekstechnieken ons voorbereiden op professioneel reageren in dit soort situaties?
Het antwoord is duidelijk en helder - kort en bondig: dat kan niet.
Maar grappig is het wel.
donderdag 9 juli 2009
vrijdag 3 juli 2009
Krokodil
Dode krokodil op strand van Scheveningen
SCHEVENINGEN -
Wandelaars op het strand van Scheveningen troffen daar donderdagochtend wel iets heel bijzonders aan: een krokodil. Het is een raadsel hoe het dode dier op het strand is terechtgekomen, bevestigde een medewerker van Stichting Dierenambulance Den Haag vrijdag een bericht in het AD. ‘Toen wij de melding kregen, dacht ik eerst nog dat het over een opblaasbare krokodil ging.’
Het dier werd door de politie opgehaald en overgedragen aan de dierenopvang. De medewerker heeft geen idee waar de kaaiman aan is overleden. ‘We gaan ook geen sectie verrichten want dat kost veel geld. We zijn een stichting en moeten al ieder dubbeltje omdraaien.’
De opvang maakt niet dagelijks mee dat ze op pad gaan voor een reptiel. ‘Dit is wel een heel apart iets.’ De medewerker tast in het duister hoe het dier op het strand verzeild is geraakt ‘Het kan van alles zijn. Wie weet had iemand hem als huisdier en overleed de krokodil toen thuis. Wellicht werd het dier toen als grapje op het strand gelegd.’
Ja. Dat is een heel logische verklaring. Want er zijn echt veel mensen met een krokodil als huisdier en een vreemd gevoel voor humor.
SCHEVENINGEN -
Wandelaars op het strand van Scheveningen troffen daar donderdagochtend wel iets heel bijzonders aan: een krokodil. Het is een raadsel hoe het dode dier op het strand is terechtgekomen, bevestigde een medewerker van Stichting Dierenambulance Den Haag vrijdag een bericht in het AD. ‘Toen wij de melding kregen, dacht ik eerst nog dat het over een opblaasbare krokodil ging.’
Het dier werd door de politie opgehaald en overgedragen aan de dierenopvang. De medewerker heeft geen idee waar de kaaiman aan is overleden. ‘We gaan ook geen sectie verrichten want dat kost veel geld. We zijn een stichting en moeten al ieder dubbeltje omdraaien.’
De opvang maakt niet dagelijks mee dat ze op pad gaan voor een reptiel. ‘Dit is wel een heel apart iets.’ De medewerker tast in het duister hoe het dier op het strand verzeild is geraakt ‘Het kan van alles zijn. Wie weet had iemand hem als huisdier en overleed de krokodil toen thuis. Wellicht werd het dier toen als grapje op het strand gelegd.’
Ja. Dat is een heel logische verklaring. Want er zijn echt veel mensen met een krokodil als huisdier en een vreemd gevoel voor humor.
vrijdag 26 juni 2009
What women want
Een zonnige vrijdagavond.
Op de hoek van de Jacob Israelkade staat een jongen met een grote bos krullen en een skinny jeans enthousiast te zwaaien.
'Ik zag je de hele tijd al aan komen fietsen!' roept hij.
'Ik jou ook!' roept zijn vriend die uit de andere richting komt. Door zijn grote zwarte zonnebril, bijzonder goed gestylede schuine pony en extreem hippe outfit vermoed ik dat hij mode ontwerpt. Ofzo. Studio 80 is gebouwd voor dit soort leuke jongens.
Hij springt van zijn fiets en huppel-loopt naar zijn vriend toe.
Het is net een scene uit een romantische film. Wat schattig.
Ik verwacht een zoen, maar ze doen een boks-handshake en kloppen elkaar stoer op de schouders. 'Hee man!' klinkt het in koor.
Oh. Metro-mannen, besluit ik. Het macho-tijdperk is voorbij, en niet alle lieve jongen zijn meteen homo. Die vooroordelen van mij ook.
In mijn straat fietsen ze ineens achter me.
'... en toen was ze ineens ongesteld.' 'Ja, grappig, Josefien is ook net ongesteld geworden.'
Huh? Onbeschaamd luister ik hun conversatie af. Ze praten hard genoeg.
'Ja dat doen ze samen.' 'Maar Josefien was toch net ongesteld?'
'Nee, eerst was ze ziek en nu is ze ongesteld.'
Ik zeg nooit zo vaak in tien seconden 'ongesteld'. Getver.
De jongens fietsen nu naast me.
'... ja, dat vind ik echt zielig voor Pim. Ze kan niet aan de pil. Hormonen enzo.'
'Waarom neemt ze dan geen spiraal?' 'Dat is echt kut man, een spiraal.'
'Ja, maar dit is elke maand kut, wat zou je liever willen?'
Ze steken over. Verbijsterd vraag ik me af waar ik net naar luisterde.
Was dit wat de feministen in de jaren '70 voor ogen hadden?
Begrijpende, aardige, goedgeklede jongens van nog geen twintig die nadenken over meisjesproblemen.
Ja, dat klinkt goed.
Maar dat ze daar onderling op deze manier over praten...
Moet dat nou?
Is het niet te ver gekomen?
Ik zie het ineens voor me.
Josefien – nietsvermoedend in het Vondelpark, rinkelende oorbellen, vrolijk jurkje, stokbrood en fles rose op haar picknickkleed – gaat naar de wc. Begrijpende blikken van haar vriend en zijn male-buddies.
'Ach gossie, ze is ongesteld.' Ze denken het allemaal.
Ik hoop maar dat een van de over-invoelende mannen dan ook zo wijs is om iets te zeggen in de trant van 'Lekkere billen' als ze wegloopt.
Op de hoek van de Jacob Israelkade staat een jongen met een grote bos krullen en een skinny jeans enthousiast te zwaaien.
'Ik zag je de hele tijd al aan komen fietsen!' roept hij.
'Ik jou ook!' roept zijn vriend die uit de andere richting komt. Door zijn grote zwarte zonnebril, bijzonder goed gestylede schuine pony en extreem hippe outfit vermoed ik dat hij mode ontwerpt. Ofzo. Studio 80 is gebouwd voor dit soort leuke jongens.
Hij springt van zijn fiets en huppel-loopt naar zijn vriend toe.
Het is net een scene uit een romantische film. Wat schattig.
Ik verwacht een zoen, maar ze doen een boks-handshake en kloppen elkaar stoer op de schouders. 'Hee man!' klinkt het in koor.
Oh. Metro-mannen, besluit ik. Het macho-tijdperk is voorbij, en niet alle lieve jongen zijn meteen homo. Die vooroordelen van mij ook.
In mijn straat fietsen ze ineens achter me.
'... en toen was ze ineens ongesteld.' 'Ja, grappig, Josefien is ook net ongesteld geworden.'
Huh? Onbeschaamd luister ik hun conversatie af. Ze praten hard genoeg.
'Ja dat doen ze samen.' 'Maar Josefien was toch net ongesteld?'
'Nee, eerst was ze ziek en nu is ze ongesteld.'
Ik zeg nooit zo vaak in tien seconden 'ongesteld'. Getver.
De jongens fietsen nu naast me.
'... ja, dat vind ik echt zielig voor Pim. Ze kan niet aan de pil. Hormonen enzo.'
'Waarom neemt ze dan geen spiraal?' 'Dat is echt kut man, een spiraal.'
'Ja, maar dit is elke maand kut, wat zou je liever willen?'
Ze steken over. Verbijsterd vraag ik me af waar ik net naar luisterde.
Was dit wat de feministen in de jaren '70 voor ogen hadden?
Begrijpende, aardige, goedgeklede jongens van nog geen twintig die nadenken over meisjesproblemen.
Ja, dat klinkt goed.
Maar dat ze daar onderling op deze manier over praten...
Moet dat nou?
Is het niet te ver gekomen?
Ik zie het ineens voor me.
Josefien – nietsvermoedend in het Vondelpark, rinkelende oorbellen, vrolijk jurkje, stokbrood en fles rose op haar picknickkleed – gaat naar de wc. Begrijpende blikken van haar vriend en zijn male-buddies.
'Ach gossie, ze is ongesteld.' Ze denken het allemaal.
Ik hoop maar dat een van de over-invoelende mannen dan ook zo wijs is om iets te zeggen in de trant van 'Lekkere billen' als ze wegloopt.
dinsdag 16 juni 2009
Eilandheimwee
Hello my love
It's getting cold on this island
I'm sad alone
I'm so sad on my own
Koop- Koop Island Blues
Amsterdam is heerlijk. Vooral in de zomer.
Terras, Vondelpark en de Amstel altijd binnen handbereik.
Ik wil er nooit meer weg.
Ik wil er eigenlijk gewoon nooit weg.
Naar Utrecht is een wereldreis - ver van de eigen grachten, en je moet zelfs met de trein.
Hetzelfde geldt voor Haarlem, Zandvoort, Rotterdam en eigenlijk ook voor Badhoevedorp (ook al kan dat met de bus, of op de fiets).
Ik voel me fijn op m'n eigen eiland, midden in de stad.
Wie heeft een rijbewijs nodig als er fietsen zijn?
Alles wat ik wil, en meer dan dat. Op loopafstand.
Mijn OV-kaart zit het lekkerst in mijn portemonnee, ongebruikt, warm tussen pinpas en bonnetjes van de H&M.
Maar soms moet ik toch de hort op. Niet omdat ik zo nodig de wereld moet ontdekken. Helemaal niet.
Omdat vriendje en vriendinnen zo graag op een ander eiland aan hun carriere willen werken.
Omdat Amsterdam niet meer zo mooi is, als zij er niet zijn.
Na een lange lange reis kom ik aan. Tussen de schapen en weilanden is daar vriendin Maren met salade en witbier en heel veel verhalen over Tanzania en New York. 's Nachts slaap ik naast vriendje in zijn schattige huisje.
's Ochtends, wakker door het geluid van koerende duiven, ontbijten we samen in de zon.
De volgende dagen fiets ik op een rode mountainbike door de duinen.
Volstrekt willekeurig neem ik afslagen. Als het leuk klinkt, ga ik er naar toe. Verder is hier toch niets te doen.
Op zoek naar 'Fonteinsnol' leg ik kilometers af. Tussen de open vlaktes maak ik af en toe een foto.
Water, wolken, zand en heel veel leegte. Alleen is hier anders alleen dan in de stad.
Mijn telefoon heeft geen bereik bij het strandhuisje. Alleen ben ik, met de golven, meeuwen en zonsondergang.
Samen met vriendje - de zomerdokter van Texel -, en met prosecco en olijven en windkracht 5.
Na het weekend heb ik spierpijn van het fietsen, zand in al mijn kleren, duizend extra sproeten en erg weinig zin in Amsterdam.
Vandaag moest ik weer werken. Na vijf dagen stilte vond ik het wel erg druk.
Hier is geen plek voor 'dan maar de andere kant op' als je niet verder kan fietsen. Hier heb ik een doel.
En nu heb ik dus heimwee. Ik ben alleen thuis. Op zich geen probleem.
Maar mijn eigen eiland, vol met gezelligheid, drukte en afspraken, het is niet meer genoeg.
De zon is warmer na een dag door de modder scheuren. Stokbrood is lekkerder met een hap zand.
Vis smaakt beter vlakbij de zee.
Vriendje is het fijnst dicht bij mij.
Ik vind het niet leuk meer.
Het regent hier. Kom maar gauw weer terug.
donderdag 11 juni 2009
Taal is zeg maar echt mijn ding
woensdag 27 mei 2009
Confessions of a shopaholic

'I don't want something I need. I want something I want. Something pretty.'
Love actually
Geluk zit in 'm in kleine dingen.
De zon, liggen in het park, fietsen over de Schellingwouderbrug.
De slappe lach met vriendinnen, zoenen met vriendje, dansen, hardlopen.
Fijne muziek, lekker eten, dikke boeken en een warme douche.
'Alles, alles, kan een mens gelukkig maken'
Hoewel ik mezelf als redelijk slim inschat, zie ik ook hoe oppervlakkig ik ben.
Rekken vol verschillende katoenen topjes, een paar tweedehands laarzen in mijn eigen maat, grote leren tassen en schattige kleine oorbelletjes.
Mijn chagarijnigheid, verdrietige bui of pre-menstruele emotionele stemming - ze verdwijnen. Meteen.
Op het moment dat ik mijn pinpas door de sleuf haal in een winkel, voel ik een euforisch gevoel naar boven borrelen.
Met drie plastic tasjes vol nieuwe spullen fiets ik vrolijk door de stad.
Lekke banden, regen en wind kunnen mij niet meer deren.
En het maakt niet eens uit wat het is. Kratjes van de Xenos die 'o zo leuk staan in de open kast' zijn net zo goed als een nieuwe jas. Het hoeft ook niet voor mezelf te zijn. Liever niet. Het schuldgevoel en de wetenschap van volgende week boterhammen-met-pindakaas-voor-lunch zijn veel minder erg bij een cadeau.
Het slaat nergens op.
Maar op een druilerige zaterdagochtend, met een kater en opgebouwde vermoeidheid van de week ervoor, verkrijg ik nieuwe energie in de Hema en de smoezelige vintage winkel op de hoek.
Allen kijken is al leuk. Iets kopen is leuker.
Iets kopen waar ik niets aan heb is het leukst.
Doordeweeks heb ik geen tijd om te winkelen. In het weekend vaak ook niet. Zonder salaris werk ik behoorlijk hard. Lange dagen vol ingewikkelde problemen en lange dagen met nog ingewikkelder problemen wisselen elkaar af.
De enige shopping experiences die ik heb zijn in de supermarkt en op de Geneeskunde-afdeling van de boekwinkel.
Gelukkig maar.
Hierdoor geniet ik dubbel van picknicks in het park, lang uitslapen en hard meezingen met Alicia Keys op een avond alleen thuis. Het herlezen van mooie boeken kost niets. En sinaasappelsap en de weekendkrant op het balkon werken ook tegen de stress van een werkweek.
De balans is moeiijk. I want something that I want. Something pretty.
Shoppen is fijn, maar niet het allerallerleukste. Op het terras denk ik met tegenzin aan paskamers en de rij voor de kassa.
Ik leun achterover en ontspan. Vandaag geen tassen aan mijn fiets-stuur. Morgen ook niet.
Want zelfs tien nieuwe jurkjes wegen niet op tegen twee dagen vrije tijd.
dinsdag 19 mei 2009
Nachtdienst

Slapen. Ik wil het. Maar het lukt niet.
Het mag wel. Het moet zelfs. Het is al laat.
Lichten uit, lenzen uit, pyjama aan en ogen stijf dicht.
Over vijf uur gaat mijn wekker alweer. Kom op zeg. Morgen heb ik spijt van deze minuten, dat weet ik nu al.
Maar ik hoor de tram nog rinkelen op de hoek. Er loopt iemand heel hard te schreeuwen op straat.
Een brommer raast. Ik ben nog zo vreselijk wakker.
Toen ik vorige week nachtdienst had, wilde ik niets liever dan slapen. Om vier uur 's ochtends werden vrouwen binnen gebracht om te bevallen. Met rode slaapogen moedigde ik ze aan. 'Goed zo, duwen, harder, kom op, je kan het'.
Ze geloofden in mijn enthousiasme.
Terwijl ik verlangde naar kussens, een zacht dekbed en vooral een horizontale positie, stond ik op te grote klompen onder een tl-buis een placenta te onderzoeken.
Het zag er goed uit. Ik niet. Met enige moeite deponeerde ik het glibberige ding in de bak in de vriezer. Zo.
Over drie uur is de ochtendoverdracht. Nog even volhouden. Nog maar vier dagen als deze.
Op het balkon at ik om tien uur 's ochtends een bakje yoghurt in de zon. Om me heen stonden mensen op, klaar om aan de dag te beginnen. Ik verstopte mijn hoofd onder de dekens en zette mijn wekker op 17:30 uur.
Net wakker na een dag vol slaap-interupties stond ik in de keuken om eten te koken voor mezelf en vriendje. Met lange tanden werkte ik me door mijn favoriete pasta-met-rode-saus. Hij lachte me uit. 'Ochtendhumeur?'
Door de avondzon fietste ik naar het ziekenhuis.
Eenmaal binnen voelde het helemaal niet als avond. Huppakee, zes nieuwe opnames en evenzoveel infusen om te prikken. Gaat-ie-lekker? Ik ben net wakker.
Daar houdt niemand rekening mee, en in de dienst al helemaal niet.
Om acht uur 's ochtends was het eindelijk tijd voor het afwisselen van de wacht. Hoera! Als een zombie fietste ik langs de Rai. Ughhh. Mijn bed. Nu. Om me heen zag ik mensen in de andere richting fietsen, maar wel met dezelfde blik in hun ogen.
Een lange nacht werken voelt soms hetzelfde als een korte nacht slapen.
En nu is het bedtijd. Alweer twee weken geleden had ik nachtdienst. Ik zou inmiddels gewend moeten zijn aan een gezond ritme. Half zeven opstaan. Op tijd gaan slapen. Maar na anderhalf jaar coschappen en vier jaar studie is opstaan nog steeds niet mijn sterkste punt. Morgenochtend word ik weer wakker met het enthousiasme en de leergierigheid van mijn dode goudvis. Dat weet ik nu al.
Alles went, behalve de wekker.
zondag 10 mei 2009
Hulpverlening
Hij zit in de isoleercel. Op de camera vanuit ons veilige werkstation bekijk ik hem en wat hij doet.
Hij doet niets. Hij zit op een gestoorde-gek-bestendige rubberen stoel te wachten.
De afgelopen drie maanden is hij al vijf keer in deze cel geweest. Hij weet wat er gaat gebeuren.
We gaan met hem praten. Hij geeft braaf antwoord op onze vragen.
Nee, hij is niet boos. Ja, hij wil naar huis.
Hij gedraagt zich goed.
Hij snapt niet dat hij hier is omdat hij ruzie heeft gemaakt. Zijn moeder was erg bang en heeft twee keer de politie gebeld.
Maar hij wilde alleen maar nieuwe sigaretten en die kreeg hij niet. Logisch dat hij boos werd.
Een verslaving is ook een ziekte.
Terwijl wij hem observeren, staat er een heel brede grote kale bewaker naast ons.
De meneer op de stoel giechelt als we binnenkomen. We begrijpen niet goed waarom. 'On-invoelbaar lachen' schrijven we in ons dossier.
Ikzelf doe niets. Ik probeer gewoon zo min mogelijk bedreigend en dokter-achtig over te komen.
Na een mislukte poging gezicht-in-de-plooi vandaag bij een huisbezoek ('Kijk dan, zij is wel bang'), probeer ik heel hard niet te denken aan de voorgeschiedenis van deze patient. Fysiek geweld. Bedreiging. Vijf keer crisisdienst in drie maanden.
'Intuitie is je beste vriend' vertelden ze mij ter voorbereiding. Intuitie speelt met mij.
Want deze meneer in de cel vind ik lief.
Hij doet z'n best en hij snapt het gewoon allemaal niet -'patient is cooperatief bij onderzoek' en 'zwakbegaafd' - het staat genoteerd.
We zijn eruit.
Hij moet terug naar huis. De crisisopvang is niet bedoeld voor zwakbegaafde jongens die af en toe boos worden op hun moeder. We kunnen hem niet opsluiten, ook al zou hij dat wel prima vinden.
Hij is niet gek genoeg.
In overleg met de baas Psychiatrie brengen wij hem zelf terug. Zijn moeder was bang, we moeten haar dus geruststellen.
Maar bij het huis aangekomen, is zijn moeder niet thuis. Ze neemt haar telefoon niet op.
Het huis is volgepakt met allemaal troep. Hij heeft er een eigen kamer met posters van de Spice Girls aan de muur.
Hij pakt zijn spullen uit de plastic politie-tas en doet zijn best om zijn kettingen uit de war te halen. Voorzichtig legt hij al zijn kostbaarheden naast elkaar neer op een tafeltje.
Op de gang staat een bijna opgebrande kaars op een houten kastje. Wanneer we zeggen dat dat gevaarlijk is, blaast hij hem uit. Hij gaat zitten en ziet er tevreden uit.
We gaan weg.
Op het 'hoofdkwartier' schrijven we een verslag. De volgende morgen is er overleg. Want wat moeten we met deze meneer?
Er zijn plekken om uit te zoeken wat er aan de hand is en elke dag komt er iemand om te kijken hoe het met hem gaat. Maar dat werkt onvoldoende.
's Avonds, wanneer hij soms boos wordt en zijn moeder niet weet wat ze moet doen, dan belt de politie de crisisdienst.
En vervolgens gebeurt er niets.
Voor meneren die zwakbegaafd zijn en psychiatrische problemen hebben, is er geen oplossing.
Daar is geen opvang voor. 'Zij slippen er altijd doorheen' zegt de psychiater.
Ik vind het zielig. Ik zie hem voor me, in dat volgepakte huis, een beetje rondscharrelend. Zijn moeder wil voor hem zorgen. Al dertig jaar is dit haar kind. Maar nu is hij groot. Wanneer hij boos is, is het jammer dat hij zo groot is geworden.
Want als hij haar duwt, duwt hij harder dan haar lijf kan hebben.
Dan wordt zij bang. Dan belt zij de politie.
En dan komt hij weer bij ons.
Dan begint alles weer van voor af aan.
Ik moet maar psychiater worden.
Werk genoeg.
Hij doet niets. Hij zit op een gestoorde-gek-bestendige rubberen stoel te wachten.
De afgelopen drie maanden is hij al vijf keer in deze cel geweest. Hij weet wat er gaat gebeuren.
We gaan met hem praten. Hij geeft braaf antwoord op onze vragen.
Nee, hij is niet boos. Ja, hij wil naar huis.
Hij gedraagt zich goed.
Hij snapt niet dat hij hier is omdat hij ruzie heeft gemaakt. Zijn moeder was erg bang en heeft twee keer de politie gebeld.
Maar hij wilde alleen maar nieuwe sigaretten en die kreeg hij niet. Logisch dat hij boos werd.
Een verslaving is ook een ziekte.
Terwijl wij hem observeren, staat er een heel brede grote kale bewaker naast ons.
De meneer op de stoel giechelt als we binnenkomen. We begrijpen niet goed waarom. 'On-invoelbaar lachen' schrijven we in ons dossier.
Ikzelf doe niets. Ik probeer gewoon zo min mogelijk bedreigend en dokter-achtig over te komen.
Na een mislukte poging gezicht-in-de-plooi vandaag bij een huisbezoek ('Kijk dan, zij is wel bang'), probeer ik heel hard niet te denken aan de voorgeschiedenis van deze patient. Fysiek geweld. Bedreiging. Vijf keer crisisdienst in drie maanden.
'Intuitie is je beste vriend' vertelden ze mij ter voorbereiding. Intuitie speelt met mij.
Want deze meneer in de cel vind ik lief.
Hij doet z'n best en hij snapt het gewoon allemaal niet -'patient is cooperatief bij onderzoek' en 'zwakbegaafd' - het staat genoteerd.
We zijn eruit.
Hij moet terug naar huis. De crisisopvang is niet bedoeld voor zwakbegaafde jongens die af en toe boos worden op hun moeder. We kunnen hem niet opsluiten, ook al zou hij dat wel prima vinden.
Hij is niet gek genoeg.
In overleg met de baas Psychiatrie brengen wij hem zelf terug. Zijn moeder was bang, we moeten haar dus geruststellen.
Maar bij het huis aangekomen, is zijn moeder niet thuis. Ze neemt haar telefoon niet op.
Het huis is volgepakt met allemaal troep. Hij heeft er een eigen kamer met posters van de Spice Girls aan de muur.
Hij pakt zijn spullen uit de plastic politie-tas en doet zijn best om zijn kettingen uit de war te halen. Voorzichtig legt hij al zijn kostbaarheden naast elkaar neer op een tafeltje.
Op de gang staat een bijna opgebrande kaars op een houten kastje. Wanneer we zeggen dat dat gevaarlijk is, blaast hij hem uit. Hij gaat zitten en ziet er tevreden uit.
We gaan weg.
Op het 'hoofdkwartier' schrijven we een verslag. De volgende morgen is er overleg. Want wat moeten we met deze meneer?
Er zijn plekken om uit te zoeken wat er aan de hand is en elke dag komt er iemand om te kijken hoe het met hem gaat. Maar dat werkt onvoldoende.
's Avonds, wanneer hij soms boos wordt en zijn moeder niet weet wat ze moet doen, dan belt de politie de crisisdienst.
En vervolgens gebeurt er niets.
Voor meneren die zwakbegaafd zijn en psychiatrische problemen hebben, is er geen oplossing.
Daar is geen opvang voor. 'Zij slippen er altijd doorheen' zegt de psychiater.
Ik vind het zielig. Ik zie hem voor me, in dat volgepakte huis, een beetje rondscharrelend. Zijn moeder wil voor hem zorgen. Al dertig jaar is dit haar kind. Maar nu is hij groot. Wanneer hij boos is, is het jammer dat hij zo groot is geworden.
Want als hij haar duwt, duwt hij harder dan haar lijf kan hebben.
Dan wordt zij bang. Dan belt zij de politie.
En dan komt hij weer bij ons.
Dan begint alles weer van voor af aan.
Ik moet maar psychiater worden.
Werk genoeg.
donderdag 23 april 2009
Niet eens vijftig
(...)
Why wait any longer for the world to begin
You can have your cake and eat it too
Why wait any longer for the one you love
When he's standing in front of you
Bob Dylan - Lay lady lay
Het is gebeurd. Hopen op toch een nieuw stukje 's ochtends, het hoeft niet meer.
Geen verdrietig verhaal, geen melancholisch gedoe over de hond, geen observaties van Amsterdam. Geen rokjesdag.
De koek is op.
Martin Bril is dood.
Hij werd niet eens vijftig jaar oud.
Vandaag is geen dag om te lachen.
Why wait any longer for the world to begin
You can have your cake and eat it too
Why wait any longer for the one you love
When he's standing in front of you
Bob Dylan - Lay lady lay
Het is gebeurd. Hopen op toch een nieuw stukje 's ochtends, het hoeft niet meer.
Geen verdrietig verhaal, geen melancholisch gedoe over de hond, geen observaties van Amsterdam. Geen rokjesdag.
De koek is op.
Martin Bril is dood.
Hij werd niet eens vijftig jaar oud.
Vandaag is geen dag om te lachen.
dinsdag 14 april 2009
The Whitest Outfit Alive
Well it's clear where the cutting line
Woke up deep for the longest time.
But I can't offer any help.
You must do this all by yourself.
And no love can be guaranteed.
It don't come with no warranties.
So wake up, or wake up alone.
If you want me, show some
Courage, courage, courage, courage,
Courage, courage, courage, courage,
Courage, courage, courage, courage,
Courage, courage. Show some
Courage, courage, courage, courage,
Courage, courage. Show some
Courage, courage, courage, courage,
Courage, courage.
The Whitest Boy Alive - Courage
Afgelopen zaterdag trad The Whitest Boy Alive op. Het was geweldig.
Doorweekt van het zweet stond ik in mijn zwarte glitterjurkje te springen.
De hele vakantie was geweldig. Zon, park, terras en vooral lang uitslapen. Heerlijk.
Vanochtend ging om half zeven de wekker.
Het kostte twee keer snoozen en heel veel moed om op te staan. Bah.
Op de helft van de coschappen leek het ineens een onoverbrugbaar lange periode van handen geven, leuk doen en veel leren.
Ik wil niet meer leren. Ik wil NU dokter zijn.
Toen ik na een fietstocht door de zon in het ziekenhuis aankwam, was ik alweer een beetje vrolijker.
Ook wel spannend, iets nieuws. Precies weten wat je moet doen kan ook saai zijn.
En toen ik mijn nieuwe werkkleding had aangetrokken, voelde het ineens wel stoer.
Witte gympjes, een witte broek en een lange witte jas.
Ik leek wel een dokter.
Nog maar acht maanden, dan ben ik het.
Soms is het even niet meer leuk. Bloed, zweet, tranen en hard werken. Stik er maar in. Ik wil niet meer. Ik ga wel gewoon iets doen zonder moeilijke termen en afkortingen.
Maar dan zie je jezelf om half negen 's ochtends in de spiegel in de lift van het ziekenhuis.
Helemaal in het wit. Vrolijke sproeten erbij. Een ouder echtpaar komt binnen: 'Goedemorgen dokter'
Je glimlacht. Bijna. Nog even doorbijten.
Er is wat moed voor nodig.
Woke up deep for the longest time.
But I can't offer any help.
You must do this all by yourself.
And no love can be guaranteed.
It don't come with no warranties.
So wake up, or wake up alone.
If you want me, show some
Courage, courage, courage, courage,
Courage, courage, courage, courage,
Courage, courage, courage, courage,
Courage, courage. Show some
Courage, courage, courage, courage,
Courage, courage. Show some
Courage, courage, courage, courage,
Courage, courage.
The Whitest Boy Alive - Courage
Afgelopen zaterdag trad The Whitest Boy Alive op. Het was geweldig.
Doorweekt van het zweet stond ik in mijn zwarte glitterjurkje te springen.
De hele vakantie was geweldig. Zon, park, terras en vooral lang uitslapen. Heerlijk.
Vanochtend ging om half zeven de wekker.
Het kostte twee keer snoozen en heel veel moed om op te staan. Bah.
Op de helft van de coschappen leek het ineens een onoverbrugbaar lange periode van handen geven, leuk doen en veel leren.
Ik wil niet meer leren. Ik wil NU dokter zijn.
Toen ik na een fietstocht door de zon in het ziekenhuis aankwam, was ik alweer een beetje vrolijker.
Ook wel spannend, iets nieuws. Precies weten wat je moet doen kan ook saai zijn.
En toen ik mijn nieuwe werkkleding had aangetrokken, voelde het ineens wel stoer.
Witte gympjes, een witte broek en een lange witte jas.
Ik leek wel een dokter.
Nog maar acht maanden, dan ben ik het.
Soms is het even niet meer leuk. Bloed, zweet, tranen en hard werken. Stik er maar in. Ik wil niet meer. Ik ga wel gewoon iets doen zonder moeilijke termen en afkortingen.
Maar dan zie je jezelf om half negen 's ochtends in de spiegel in de lift van het ziekenhuis.
Helemaal in het wit. Vrolijke sproeten erbij. Een ouder echtpaar komt binnen: 'Goedemorgen dokter'
Je glimlacht. Bijna. Nog even doorbijten.
Er is wat moed voor nodig.
Abonneren op:
Berichten (Atom)
